Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/0633

0633 Het innerlijk schouwen

21 oktober 1938: Boek 13

Mijn kind, wie zich vanuit de hoogte geroepen voelt, zal nooit meer van zijn doel moeten afdwalen. Want is hij eenmaal opgestegen naar lichte hoogten, dan is dit zijn ware vaderland, waar de ziel zich goed voelt, en iedere aardse last houdt haar alleen maar tegen. Haar vurig verlangen gaat nooit uit naar het aardse dal, maar wel naar hogere regionen, waar ze, volledig onttrokken aan de zwaartekracht, alsmaar geestelijk voedsel kan opnemen.

Een klein poosje nog, dan zal ook jouw ziel met alle kennis de vlucht naar de hoogte ondernemen en zich daarbij onuitsprekelijk goed voelen. En jouw zintuigen nemen al het geestelijke waar, omdat dit nuttig is voor jou en je opdracht. Je ziel zal wel versterkt worden en je wilskracht en opnamebekwaamheid zal toenemen, maar in volledig wakkere toestand zal het opgenomen beeld vervagen, tevens voor het welzijn van je lichaam, dat het volle besef van de geestelijke wereld niet zou kunnen verdragen. Het innerlijke schouwen moet ook alleen maar jouw ziel dienen, maar het lichaam onberoerd laten, op een flauwe zweem van het beleefde na. Dit, Mijn kind, moet jou in het vervolg tot uiterste werkzaamheid aansporen. Steeds moet jij je met alle liefde wijden aan de opdracht en je levensgeluk zoeken in de vereniging met de geestelijke wereld, dan zal Mijn liefde bij jou blijven tot in alle eeuwigheid.

Amen

Vertaald door Gerard F. Kotte