Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/8151

8151 De mens heeft dringend licht nodig

15 april 1962: Boek 86

Het geestelijke licht straalt naar buiten in de duisternis. Mijn woord klinkt naar beneden naar de aarde en doorbreekt de nacht die over de aarde is gespreid. Want mijn woord is het licht dat uit de hoogte straalt en in donkere gebieden doordringt. Mijn woord is het bewijs van mijn liefde voor de mensen die in de duisternis van geest voortgaan en die de afgrond zal verzwelgen wanneer niet een licht hen op het gevaar wijst waarin ze verkeren. Want ze balanceren op de rand van de afgrond en worden door mijn tegenstander steeds meer naar deze afgrond toegedreven. En ze merken het niet omdat ze blind van geest zijn. De mensheid moet door een lichtstraal worden getroffen. Ze moet ziende worden om nu ook de juiste weg te gaan die voor haar alleen zichtbaar wordt door het licht.

U mensen zult niet mogen geloven dat uw God en Schepper u aan het noodlot overlaat, dat Hij geen belang stelt in uw aards bestaan en zijn afloop. Want Ik ben niet alleen uw God en Schepper, Ik ben uw Vader die Zijn kinderen liefheeft en ze uit elke nood en elk gevaar wil wegleiden omdat Hij weet dat u blind van geest bent en voortdurend in gevaar verkeert in de afgrond weg te zinken. En dit voortdurende gevaar is de duisternis waarin u voortgaat. Want u hebt totaal geen besef van wat u bent, wat u was en wat u weer zult moeten worden. Want het licht ontbreekt u, de waarheid uit God. U ontbreekt het weten dat alleen Ik u kan schenken, omdat u het vroeger afwees en daarom zelf schuldig bent aan uw verduisterde toestand. Ik moet u dit licht eerst teruggeven, omdat u het zelf niet zult verwerven - wat u wel zou kunnen wanneer u maar de liefde in u zou ontsteken die een waar licht is en u inzicht geeft. Maar u leeft maar voort zonder liefde en blijft bijgevolg ook in de duisternis. En wil Ik u hieruit wegleiden, dan moet Ik u een licht ontsteken. Ik moet u een licht schenken. Ik moet u de waarheid doen toekomen, ook wanneer u deze niet waardig bent, wanneer u zelf niets doet om ze te verkrijgen.

Maar mijn liefde voor u is groot en het is de tijd van het einde. Het gevaar dat u wegzinkt in de afgrond is groter geworden en wat Ik nog kan doen om u van dit neerstorten in de diepte te redden, dat doe Ik. En zo laat Ik dus een licht op de aarde neerstralen. Ik schenk u de waarheid, ofschoon u ze niet verdient omdat u daar zelf niet uw best voor doet. Maar Ik ken uw geestelijke blindheid waarin mijn tegenstander u heeft gestort en dus ontsteek Ik u een licht. En zodra u zich daar niet tegen verzet, zodra u het licht aanneemt, zal de duisternis rondom u wijken en u zult de weg onderkennen die Ik u aanwijs, die u zult moeten gaan: de weg van de liefde. Ik leid mijn woord naar de aarde en spreek u voortdurend toe, dat u mijn geboden van de liefde zult moeten vervullen en dat u dan ook de weg uit de geestelijke duisternis zult vinden. Dat u zich goed zult voelen wanneer u aan de duisternis van de nacht ontkomen bent en het licht van de dag bent binnengestapt.

Omdat u zich in een geheel duister gebied bevindt, hebt u dringend licht nodig. En toch zult u het vrijwillig in ontvangst moeten nemen. U zult het niet mogen afwijzen, daar u anders geen enkele uitwerking van het licht kunt bespeuren. En als Ik u maar een kleine straal kan toesturen die u laat inzien dat de weg die u gaat niet de juiste is, als Ik u maar zoveel waarheid kan doen toekomen dat u over uw God en Schepper en uw verhouding tot Hem hoort, dan zult u al zelf het schijnsel van het licht kunnen vergroten doordat u meer te weten wenst te komen en deze wens u waarlijk door Mij wordt vervuld. Slechts een klein lichtschijnsel moet in u door dringen en de weldaad van het licht zal u nu zelf ertoe aanzetten het in u te doen ontvlammen doordat u de liefde beoefent omdat u ze onderkent als oorsprong van het licht. En wanneer maar wordt bereikt dat u mensen mijn geboden van de liefde zult vervullen, dan is ook de donkere nacht doorbroken. Want het licht van de liefde straalt helder naar buiten in de nacht en zal die verjagen, en de zon van de Geest zal opgaan en alle gevaar is verdreven.

En daarom moet Ik een licht van boven naar de aarde sturen. Want op aarde duiken over en weer misleidende lichten op die geen schijnsel uitstralen en daarom voor u mensen geen verrijking betekenen. Het licht moet van Mij uitgaan, van de eeuwige Bron van licht en kracht. En waarlijk, zo’n licht zal alles doordringen wanneer het maar geen weerstand wordt geboden. Maar wie in het licht wenst te staan, hem zal het ook bijlichten. En hij zal door mijn woord bekend worden gemaakt met een verder weten dat overeenstemt met de waarheid. En dit weten zal hem weer het inzicht verschaffen in wat hij eens is geweest en weer worden moet. En het zal hem serieus laten streven, want hij herkent de weg die hem nu helder en duidelijk wordt aangewezen en die ook zeker naar het doel voert, naar de voltooiing, naar de aaneensluiting met Mij.

Amen

Vertaald door Gerard F. Kotte