Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/7331

7331 Ongewone hulp van God na het natuurgebeuren

10 april 1959: Boek 78

Er zal een onbeschrijfelijke chaos zijn onder de mensen wanneer Ik zal hebben gesproken door de krachten der natuur, want ze zullen allen vrezen dat het gebeuren zich zou kunnen herhalen en daarom opgejaagd en vol angst voortleven te midden van verwoestingen die door de elementen der natuur werden aangericht en toch door mijn wil, die daarin tot uitdrukking kwam. Er zal een zware tijd over de mensen komen, een tijd die nauwelijks ooit werd meegemaakt door mensen die deze aarde bewonen.

Maar het is ook de tijd van het einde, waarin alles in een ongewone omvang gebeurt om de mensen nog tot wakker worden te brengen. Maar ook het natuurgebeuren zal weer slechts weinige tot nadenken brengen, terwijl het merendeel van de mensen vol verontwaardiging elk geloof in een God en Schepper verwerpt, die zulke verwoestingen toelaat zoals ze voor iedereen duidelijk zichtbaar zijn. Maar niemand denkt eraan hoe zijn eigen verhouding is of tevoren was tot God, tot Mij, die ze ook alleen maar met de mond beleden zonder echter een levend geloof in Mij te hebben, of met Mij in verbinding te zijn getreden. En maar weinigen keren zich nu in hun grote nood naar Mij, maar deze weinigen zullen mijn hulp ook zichtbaar gaan merken. Ik wil hen zo duidelijk bijstaan dat ze nog gesterkt worden in hun geloof aan een Macht die hun lot in handen houdt.

Alles gebeurt alleen maar om de mensen de band met Mij te laten vinden. Maar het zullen er steeds maar weinige zijn die ook het komende tot zegen zal strekken, want de mensen zijn al te zeer in handen van mijn tegenstander gevallen om zich nu tot Mij wenden en om mijn hulp te vragen. En daarom kan Ik me ook niet aan hen openbaren, wat Ik echter heel zeker zou doen tegenover hen, die dan naar Mij vluchten in hun nood. De zwaarte van het leed zal velen inniger laten bidden en dus zal het Mij ook gemakkelijk mogelijk zijn hun gebeden te vervullen, omdat het geloof blijkt in een God die helpen kan, en omdat ze Mij dan ook zo bestormen dat Ik hen waarlijk te hulp kom in hun nood. En dan is er ook veel gelegenheid voor mijn dienaren, mijn woord naar de mensen te leiden, dat opgenomen zal worden met een honger zoals die maar zelden te vinden zal zijn. Maar de ongelovigen zullen des te meer met haat vervuld zijn tegenover diegenen die mijn woord prediken, evenals tegenover hen die mijn hulp zichtbaar ondervinden. Maar ze zullen zich niet laten bekeren, integendeel, ze zullen door hun liefdeloosheid alleen maar bewijzen dat ze mijn tegenstander toebehoren en openlijk Mij en mijn liefde weerstaan, die ook hen zou willen winnen maar tot hen geen toegang vindt.

De nood zal groot zijn en toch niet hopeloos, omdat Ik steeds in gebed om hulp kan worden gevraagd en omdat Ik een waar gebed zal verhoren, om Mij zelf te openbaren aan diegenen die niet helemaal in handen van mijn tegenstander zijn gevallen. Maar het moet de mensen vrij blijven Mij aan te roepen en daarom moet alles gebeuren in het kader van het natuurlijke, maar gemakkelijk herkenbaar voor de mensen die nog een vonkje geloof in zich hebben en aan wie Ik me ook bekend zal maken, opdat hun geloof niet verloren zal gaan, veeleer zal toenemen in kracht en sterkte. De tijd ligt voor u en u zult hem niet kunnen afwenden omdat u zelf niet uw best doet andere wegen in te slaan en omdat u zelf door uw leven en handelen de tijd tot rijpheid laat komen, omdat u zelf het einde bespoedigt door uw gezindheid en omdat de tijd is vervuld die u werd toegestaan om uw ziel rijp te laten worden.

Amen

Vertaald door Gerard F. Kotte