Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/7247

7247 Ik wil u de “Trooster” zenden

6 april 1959: Boek 77

U allen die treurend of angstig door uw leven op aarde gaat, zult getroost worden. Mijn liefde zal u steeds volgen en mijn liefde wil niet dat u lijdt. En zo wil Ik u de ware Trooster zenden, mijn Geest die u woorden van liefde overbrengt. Woorden van troost en woorden van kracht. Ik heb u mijn Geest beloofd, dat Hij u troosten zal wanneer Ik niet meer in het lichaam op aarde vertoef. En deze belofte geldt voor allen die de weg over de aarde gaan.

Steeds wil Ik zelf in de Geest bij hen zijn en ze toespreken, zodat ze zich niet eenzaam en verlaten voelen. Dat ze niet hoeven te treuren, dat ze niet bang zijn en aarzelen.

Want Ik zelf ben bij allen die Mij om troost en kracht en liefde vragen. Mijn Geest is waarlijk een Trooster. Want kan een mens jullie wel liefdevoller toespreken dan zoals de eeuwige Liefde zelf het doet? En de eeuwige Liefde uit zich door de Geest, zoals zij het heeft beloofd: Ik wil u de Trooster zenden, de Geest der waarheid. En deze Geest die mijn uitstraling is, zal u waarlijk opbeuren en troosten. Hij zal u niet zonder kracht laten, Hij zal u sterken en steeds weer moed schenken en kracht. En u zult het aardse bestaan steeds aankunnen, omdat u zich aansluit en steun zoekt bij Mijzelf, wanneer uw geestvonk zich met de Vadergeest van eeuwigheid verbindt, om zich door Hem te laten troosten. Steeds zal er daarom maar één weg zijn, wanneer het hart treurig is, wanneer de mens de moed verliest in aardse of geestelijke nood. De weg naar Mij zelf opdat mijn Geest in u werkzaam wordt, zodat Hij zich uiten kan en dat ook waarlijk doet op een manier zodat u gesterkt en getroost uw weg vervolgt, het ware doel tegemoet. Want dan spreek Ik zelf u toe. En mijn woorden zullen als balsem uw hart treffen. Ze zullen alle smart lenigen en alle heimelijke noden uit de weg ruimen.

Mijn woord zal uw harten binnendringen en ieder de troost brengen die hij nodig heeft in zijn leed. Ik heb deze woorden niet zomaar gesproken: “Ik zal u de Trooster zenden.” Want Ik was op de hoogte van de velerlei noden waarin mijn kinderen zullen geraken wanneer ze de weg van de navolging van Jezus willen gaan. Op deze weg zal het leed niet op afstand van hen kunnen worden gehouden. En in dit leed wilde Ik hun verzekeren van mijn troost. En daar Ik zuiver lichamelijk niet meer op aarde vertoefde, beloofde Ik de mijnen de “Trooster”, mijn Geest, dus Mij zelf, alleen niet zichtbaar als mens, maar bij ieder tegenwoordig die troost en kracht nodig heeft en Mij aanroept om hulp in zijn nood. Maar Ik kan niet troostend optreden waar niet om mijn Geest wordt gevraagd, waar geen band is tussen de geestvonk in de mens en de Vadergeest van eeuwigheid. Ik moet wachten tot de roep tot mijn oren doordringt, dat een mens zich in nood bevindt en dat hij hulp van Mij verwacht. Dan ben Ik wel bereid te helpen, want mijn Trooster heb Ik beloofd aan allen die in Mij geloven en naar Hem verlangen.

En daarom hoeft geen mens moedeloos te zijn, wat hem ook bezwaart. Want hij zal steeds bij Mij troost en hulp vinden en Ik zal hem deze ook heel duidelijk verlenen, opdat mijn Geest en Zijn werkzaam zijn zichtbaar zal worden, overeenkomstig mijn belofte: “Ik wil u de Trooster zenden, de Geest der waarheid.” U zult u aan mijn belofte kunnen vasthouden, wanneer u moedeloos bent of bedrukt, want mijn woord is waarheid en niemand zal ongetroost van Mij weg hoeven te gaan, die zich tot Mij wendde in zijn nood.

Amen

Vertaald door Gerard F. Kotte