Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2101

2101 De genaden van het verlossingswerk

7 oktober 1941: Boek 30

Dit zijn de genaden van het verlossingswerk die Jezus Christus voor de mensen heeft verworven: dat ze in staat zijn hun zwakke wil te overwinnen, dat ze niet meer weerloos tegenover de vijand van hun ziel staan, dat hun onmetelijke kracht en genade toestroomt als ze deze begeren en dat de geringste wil voor God hun deze kracht uit God ook gewaar laat worden en het in een vergroot geestelijk streven tot uitdrukking komt.

De toestand van de mensheid voor de verlossing door Jezus Christus was erbarmelijk. Het ontbrak de mensen aan elke wil om omhoog te gaan, want ze misten het geloof aan een verder leven na de dood. Hun streven was alleen maar gericht op aardse voordelen en lichamelijk welbehagen. Wel geloofden ze in een God die hun het aardse leven vorm kon geven naar Zijn wil. En dus golden hun vragen alleen de verbetering van het aardse bestaan. Aan de ziel en haar vorming werd geen aandacht geschonken en dat leidde tot een werelds ingestelde mensheid waaraan geestelijk streven vreemd was. Dat was het werk van de vijand die de wil van de mensen nog te zeer in zijn macht had en die hen ook aanzette tot liefdeloosheid tegenover elkaar. En ter wille van het aardse welzijn, waren voor de mensen alle middelen goed en hun denken en streven was slecht en liefdeloos.

En in deze tijd daalde de Heer af naar de aarde. In deze tijd leefde de mens Jezus, in wiens hart het verlangen naar God overgroot was en wiens levensdoel de vereniging met God was. De aaneensluiting met God was alleen mogelijk in innigste liefde en Jezus gaf liefde aan alle mensen. Hij was onuitputtelijk in Zijn liefde en Hij nam de eeuwige Liefde Zelf in Zich op. Jezus zag de zwakheid van de mensen en dat hun de wil voor het goede ontbrak. Hij wist dat alleen de Liefde hun verlossing kon brengen en Hij predikte de liefde aan alle mensen om hen daardoor aan de macht van de vijand te ontrukken.

Doordat Jezus Christus Zijn wil geheel onder de wil van God plaatste, doordat Hij bad: “Vader, niet mijn wil maar Uw wil geschiede”, maakte Hij Zich de wil van God eigen. Hij offerde Zijn wil aan God en ontnam de vijand de macht over Zijn wil. En door Zijn dood aan het kruis brak Hij de wil van de vijand. En aan diens wil ontwrong Hij eveneens de mensheid voor wie Hij stierf. Want de mens Jezus onderging de dood aan het kruis om daardoor de mensen vrij te maken van degene die hen pijnigde.

En God nam het offer aan. En aan ieder mens die van de genaden van het verlossingswerk gebruik maakt en God eveneens zijn wil offert, geeft Hij vergrote kracht. Want wie leeft vanuit de navolging van Jezus, zal ook het verlangen hebben diegene te ontvluchten die hem wil binden. Maar erkent hij Jezus Christus niet, dan behoort hij tot degenen die nog gebonden zijn door de wil van de tegenstander van God. Over deze heeft hij nog macht en hun eigen wil is niet sterk genoeg om zich aan deze macht te ontworstelen. Hij zal zich steeds weer buigen onder diens wil en kan daarom nooit vrij worden.

Jezus bracht het offer voor de mensen die zelf te zwak waren. Hij plaatste Zijn sterke wil tegenover de wil van de vijand en tegenover deze wil kon de vijand zich niet staande houden. Want Jezus deed een beroep op de kracht uit God die Hem door de innige verbinding met God toestroomde. En wie Jezus Christus erkent als de goddelijke Verlosser, zal eveneens gebruik kunnen maken van de kracht van God. Want dat is de genade van het verlossingswerk, dat de wil van de mens sterk wordt om weerstand te kunnen bieden, dat de mens de kracht krijgt overgedragen die hij nodig heeft voor zijn klim omhoog. Jezus Christus heeft de mensen de weg getoond die omhoog voert.

Ook is het een genade, dat de mens aan Hem een voorbeeld kan nemen, opdat hij zijn leven op aarde naar Zijn voorbeeld leeft: in liefde en rechtvaardigheid. En wie het ernstig meent met het navolgen van Jezus, wie zijn best doet zijn ziel te vormen naar Zijn voorbeeld, wie onophoudelijk werkzaam is in liefde, wie zijn kruis geduldig op zich neemt en steeds maar bidt: “Vader, Uw wil geschiede”, diens wil zal sterk zijn en zich aan de vijand van zijn ziel ontworstelen. Want door de erkenning van Jezus als Gods Zoon en Verlosser van de wereld, heeft hij recht op de door Hem verworven genaden.

De weg naar boven zal gemakkelijk voor hem worden. Hij zal hem nooit zonder leiding hoeven te gaan, want steeds straalt voor hem het beeld van de Heiland aan het kruis. En hij weet dat Jezus Christus voor hem is gestorven en dat hem daardoor onmetelijke kwellingen bespaard zijn gebleven. Hij weet dat niets hem te moeilijk wordt, omdat Jezus hem kracht heeft bezorgd door Zijn dood aan het kruis. Hij weet dat zijn wil niet wankel wordt, wanneer hij Hem om genade vraagt.

En hij weet dat de macht van de vijand kleiner is geworden, dat hij hem kan overwinnen als hij wil, omdat hem de kracht toekomt, juist door zijn wil. Is deze gericht op God, dan pakt de Liefde Gods hem vast en bevrijdt hem helemaal uit de macht van de tegenstander. Maar tevoren was de wil van de mens zo zwak, dat hij niet vrij werd uit die macht. En deze zwakke wil boezemde de mens Jezus medelijden in. Hij zette Zijn sterke wil tegenover de tegenstander van God en heeft hem overwonnen. En wie Jezus Christus erkent, zal hem eveneens overwinnen, omdat hij bewust een beroep doet op de genaden van het verlossingswerk.

Amen

Vertaald door Gerard F. Kotte